16/10/2025 Nieuwe doodsbedreigingen, een realiteit die blijft duren
Onze Vredesgemeenschap, doet eens te meer een beroep op de mensheid en de geschiedenis en legt getuigenis af over de barbaarsheid, waaraan we voortdurend worden blootgesteld als proces van leven in gemeenschap.
De Verdediging van het Leven en van het territorium vanuit geweldloze opties vormt de kern van ons bestaan. Ze proberen ons evenwel te onderwerpen aan een leven dat afwijkt van onze universele principes, waarden en overtuigingen over het leven. Het territorium en het leven verdedigen vanuit ethische principes wordt elke keer meer complex. En dit niet zozeer omdat er een conflict is tussen gewapende groepen in het gebied, maar juist omdat de instellingen die de Rechtsstaat vormen en vertegenwoordigen tolerant zijn en zo toelaten dat de paramilitaire controle zich op zijn gemak ontwikkelt als een nieuwe maatschappelijke cultuur, die wat illegaal is legitimeert.
Dood, ontheemding, voortdurende bedreigingen en vervolging zijn slechts enkele voorbeelden van het onvermogen van de staat om de paramilitaire controle te beteugelen. De vernietiging van een waardig leven leidt uiteindelijk misschien naar een toekomst zonder boeren, zonder leefmilieu, waarvan alleen de bedrijven profiteren die de oorlog hebben gefinancierd via hun economische belangen.
De feiten waarvan we getuigenis afleggen zijn de volgende:
Op donderdag 24 juli 2025 rond 20:40 uur werd ter hoogte van het stuk grond La Roncona, eigendom van onze Gemeenschap, een zwarte bestelwagen opgemerkt die geparkeerd was en bemand door mannen in zwarte kleren en bewapend met pistolen. Dit terwijl een delegatie van onze gemeenschap de bedoeling had om vanuit het centrum van Apartadó aan te komen in de belangrijkste nederzetting van San Jocsecito. Wat leidde tot vertraging en wijziging van de aankomst van de commissie van onze Gemeenschap.
Op donderdag 7 augustus 2025 rond 13:30 uur werd de aanwezigheid vastgesteld van bekende paramilitairen in burgerkleren met communicatieradio’s en vuurwapens op het stuk grond van de Gemeenschap La Cabaña in La Resbalosa.
Op vrijdag 22 augustus 2025 werd de uitspraak bekendgemaakt die gedaan werd door de DERDE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN APARTADÓ GESPECIALISEERD IN RESTITUTIE VAN GRONDEN MET EEN ETNISCHE FOCUS, met betrekking tot de voogdij die Kolonel LUIS ENRIQUE CAMARGO RODRIGUEZ van de 17de Brigade van het nationale leger, gevestigd in Carepa Antioquia, instelde tegen Dr. GLORIA ISABEL CUARTAS, directeur van de UIAP (Eenheid voor de Implementatie van het Vredesakkoord). Ze beoordeelt “de grondwettelijke bescherming van de fundamentele rechten op eer en goede naam, in de door Kolonel Luis Enrique Camargo Rodriguez ingestelde procedure, als niet-ontvankelijk, omwille van de redenen die in het deel motivering van deze beschikking zijn uiteengezet.
Op maandag 1 september 2025 vloog een helikopter over het gehucht Mulatos Medios, meer bepaald boven het vredesgehucht Luis Eduardo Guerra.
Op dinsdag 16 september 2025 vernamen we dat er illegaal een betaalpost werd geïnstalleerd ter hoogte van de plaats La Batea op de weg die van het centrum van Apartadó naar het centrum van San José loopt. De vrije doorgang van hen die zich in voertuigen verplaatsen wordt afhankelijk gemaakt van de betaling van de daar opgelegde tol.
Op donderdag 18 september 2025 werd officieel bekend gemaakt dat de eerste verklaring tussen paramilitaire groepen en de Regering van Colombia in Qatar werd ondertekend, waarmee het demobilisatieproces wordt voortgezet. Terwijl er in Qatar over vrede wordt gesproken, nemen in ons territorium de bedreigingen tegen onze Vredesgemeenschap en tegen de bewoners van onze omgeving toe.
Op vrijdag 19 september 2025 dagvaart het openbaar ministerie nog maar eens Germán Graciano Posso, de Wettelijk Vertegenwoordiger van onze Gemeenschap, en Pater Javier Giraldo, onze historische begeleider, om verklaring af te leggen. Het is reeds beschamend en verontrustend hoe het openbaar ministerie zijn leden op intimiderende wijze aanzet verklaringen af te leggen voor de organismen die bestaan uit deze ambtenaren die zich indekken met wettelijkheid, om de honderden misdaden die in de afgelopen 28 jaar tegen onze gemeenschappelijke menselijkheid zijn gepleegd, waardoor er een verwoestende straffeloosheid is ontstaan en criminelen de toelating krijgen om misdaden te plegen. Genoeg!
Dezelfde vrijdag 19 september 2025 werd op de regionale radio de veronderstelde gevangenneming gemeld van de paramilitair bekend met de alias Cachorro, verdacht van criminele activiteiten en werken van territoriale controle in Apartadó.
Op zondag 20 september 2025 rond 19:00 uur waren er verschillende schoten en salvo’s van lange vuurwapens te horen dichtbij de militaire basis van San José de Apartadó. Ondanks verschillende getuigen van het voorval, durfden de militairen te beweren dat het om vuurwerk ging.
Op vrijdag 26 september 2025 vernamen we dat sommige bewoners van de regio, op zoek naar de veiligheidsmaatregelen die de regering via de Nationale Eenheid van Bescherming (UNP) aanbiedt, hun verzoek hierop baseren dat ze met de dood bedreigd worden door onze Gemeenschap. Niets is zo grof als een dergelijk argument van mensen die bescherming zoeken vanwege bedreigingen of risico’s, aangezien de enige gewelddadige actoren de paramilitairen zijn met wie ze voortdurend omgaan.
Op zaterdag 27 september 2025 werden we overdag geïnformeerd dat de paramilitairen in de gehuchten Mulatos, La Resbalosa en La Esperanza beweren dat ze volledig op de hoogte zijn van alle bewegingen die de leiders van onze gemeenschap maken wanneer ze in deze plaatsen verblijven.
Op zondag 28 september 2025 kregen we kennis dat in sommige gehuchten, waaronder Mulatos, FM-radio’s (radio’s voor private communicatie) gebruikt worden door de bewoners. Deze apparatuur, die de boeren gebruiken voor onderlinge communicatie, dienden als formule om de paramilitairen onzichtbaar te maken, zodat ze op die manier vrijelijk hun controle kunnen uitoefenen aangezien zo geen onderscheid kan gemaakt worden tussen burgers en gewapende actoren.
Dezelfde zondag 28 september 2025 kregen we informatie over enkele inwoners uit het gebied Mulatos, die in dienst zijn bij de paramilitairen en die beweren dat leden van onze Gemeenschap die in Mulatos wonen, de communicatie van de paramilitairen in het gebied afluisteren. We stellen deze inwoners verantwoordelijk voor wat ons kan overkomen, terwijl we erop wijzen dat onze Gemeenschap geen inlichtingendienst is en evenmin op geen enkele wijze deelneemt aan deze methodes van illegale oorlogsstrategieën.
Op donderdag 2 oktober 2025 kregen we kennis van de verklaringen die het leger heeft gegeven over de schoten die geregistreerd zijn in de buurt van de militaire basis van San José. Ze beweren dat deze afkomstig waren van “jagers die in de buurt van de paramilitaire basis jagen”. En wij vragen ons af: Is het zo dat de jagers artisanale jachtgeweren hebben die salvo’s afvuren? Jagen ze ’s nachts? Of is er iets aan de hand dat verborgen moet blijven? Verschillende bewoners hebben reeds hun angst geuit, omdat deze gebeurtenissen zich al meerdere keren hebben voorgedaan, meestal ’s nachts.
Op dezelfde 2 oktober 2025 passeerde de paramilitair alias REFERCHO door onze gemeenschapsruimte Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra in het gehucht Mulatos Medios. Hij maakte misbruik van het feit dat er niemand in de gemeenschapsruimte was.
Op zaterdag 4 oktober 2025 rond 18:00 uur in het gehucht La Unión drongen twee paramilitairen binnen in het Vredesgehucht Rigoberto Guzmán, private eigendom van onze Vredesgemeenschap. Gedurende enkele uren maakten ze de families van de Gemeenschap bang en verstoorden zij hun rust met bedreigingen en luidruchtig gedrag.
Op zondag 12 oktober 2025 kregen we kennis van de illegale invasie van de heren Braider Antonio Úsuga Tuberquia, Luis Yair Úsuga Tuberquia, Yeferson Úsuga en Israel Tuberquia Zapata. Deze invasie van privé-eigendom vindt blijkbaar plaats sinds zaterdag 11 oktober 2025. Hierbij was de heer Luis Yair Úsuga Tuberquia aanwezig, die in zijn hoedanigheid van paramilitair families van het gehucht La Unión bijeenriep voor een vergadering met de paramilitaire leiders op woensdag 28 februari 2018, die plaatsvond op vrijdag 2 maart 2018.
Hoewel hij in onze historische getuigenissen herhaaldelijk werd vernoemd heeft geen enkel onderzoek resultaat gehad. Dat betekent de vergunning die de bevoegde autoriteit verleent om misdrijven te plegen.
Op maandag 13 oktober 2025 werd in de lokale media bekendgemaakt dat ten minste 17 gevangenen waren ontsnapt uit het politiebureau van Apartadó. Onder hen een bekende paramilitair die opereerde in het district van San José. Als dat gerechtigheid is en dat de autoriteit is die hen onderwerpt, dan spreken de feiten voor zich. Een totale schande!
Op dezelfde maandag 13 oktober 2025 was een delegatie van onze Gemeenschap aanwezig op het stuk grond dat beter bekend staat als Palmar, gelegen in het gehucht La Unión. Ze constateerde de aanwezigheid van sommige personen die zich hadden verankerd op het stuk grond onder de vorm van een invasie.
Op dinsdag 14 oktober 2025 in het gehucht La Unión, op het moment dat arbeiders op weg waren naar hun werk om voor enkele runderen te zorgen op het stuk grond Palmar, werden ze benaderd door de heren Braider Úsuga en Luis Yair Úsuga, die het stuk grond waren binnengedrongen. Ze waarschuwden hen dat het verboden was de eigendom te betreden en dat het hen niet toegelaten was de toestand van de runderen te controleren op het stuk grond.
Op woensdag 15 oktober 2025 bezocht een delegatie van onze Gemeenschap, vergezeld door de Ombudsman (voor de mensenrechten) de gemeenschapseigendom die het doelwit was van de invasie. Er werd geprobeerd om een dialoog aan te gaan, maar de indringers gaven aan niet geïnteresseerd te zijn, ze zegden dat ze daar waren en dat ze niet weg zouden gaan. Ze riepen allerlei onzin tegen sommige leden van onze Vredesgemeenschap, daarbij bewaarde de Gemeenschap haar kalmte en stilte. En dit totdat ze zich nederig terugtrokken uit de plaats.
Op dezelfde woensdag 15 oktober 2025 werd via de radio de tussenkomst van Braider Úsuga bekend gemaakt, die verschillende lasterlijke uitspraken had gedaan tegen onze Vredesgemeenschap, om zijn binnendringen in een stuk grond dat eigendom is van de gemeenschap en van individuele leden te rechtvaardigen. In de audio is te horen: [[… ze manipuleren de zaken, niet door verkopen, maar ze regelen het zo dat wij het territorium verlaten … Er zijn enkele documenten opgesteld door henzelf, waarbij ze ons willen breken en waarin ze zeggen dat we de gronden met rust moeten laten, totdat een rechter hen gelijk geeft, zodat zij vooruitgang boeken in het in bezit nemen ervan en ze het eigendomsrecht verkrijgen…]] In zijn tussenkomst maakt hij gebruik van laster en stigmatisering van ons gemeenschapsproces.
Hoewel het waar is dat voor een percentage van het stuk grond El Palmar een proces van formalisering van het eigendom aan de gang is volgens de voorwaarden die de wet voorschrijft, zijn deze verzoeken ingediend voor de delen van het stuk grond, die destijds door de gemeenschap en haar leden op legale wijze en in strikte overeenstemming met de Colombiaanse wettelijke norm verkregen zijn. Daarbij zijn alle formele en wettelijke procedures voor deze formalisering doorlopen zonder dat iemand daar tegen bezwaar heeft gemaakt, zoals bepaald door de wet.
Het is op zijn plaats om erop te wijzen dat deze procedures voor de formalisering of toewijzing van de stukken grond zijn opgenomen in het akkoord van minnelijke schikking die in 2024 ondertekend werd tussen de Colombiaanse Staat en de Vredesgemeenschap voor het Inter-Amerikaans systeem, waar een juridische procedure loopt.
Niettemin hebben de recente gebeurtenissen op dit gebied gevolgen en verstoren zij de naleving van dit akkoord, waardoor wij een oproep doen aan de bevoegde autoriteit, om niet alleen de bescherming van het eigendom van de leden en van de Gemeenschap te waarborgen, maar ook om door te gaan met de desbetreffende procedures volgens de grondwettelijke regelgeving , die op dit gebied van toepassing is.
Op donderdag 16 oktober 2025 kregen we kennis van nieuwe bedreigingen tegen de interne raad van de Vredesgemeenschap, onder meer tegen Germán Graciano, Arley Tuberquia, Roviro López en Gildardo Tuberquia.
Te midden van belegeringen en doodsbedreigingen blijft onze Gemeenschap inzetten op het leven.
De erfenis van onze grootouders en van onze voorouders om een waardigere wereld op te bouwen, brengt ons ertoe onze principes van verdediging van het leven te affirmeren als essentie.
14/07/2025 Sorry Gemeenschap!
Het waren de woorden waarmee Mr. de President van de Republiek Colombia GUSTAVO FRANCISCO PETRO URREGO in naam van de Staat zich richtte tot meer dan 28 jaar van geschiedenis gebouwd op lijden en dood, gebouwd op herinnering van het bloedvergieten van onze geliefden, maar ook op het leven dat elke morgen bij elke hartslag bloeit als voorbeeld van Geweldloos Verzet aan andere culturen en volken.
Meer dan een maand na de akte van nationale en internationale erkenning die de Regering van President Petro aan onze Vredesgemeenschap en haar bevolking deed op 5 juni 2025, een daad ter ere van honderden vernietigende levens, bloedvergieten van onze broers en zusters in de heuvels van het district van San José de Apartadó, dat nog steeds niet ophoudt, doen we een beroep op de mensheid en de geschiedenis om getuigenis af te leggen over nieuwe feiten die de burgerbevolking van onze omgeving en van onze Vredesgemeenschap belagen.
Op maandag 5 mei 2025 volgde een bekende paramilitair gedurende verschillende minuten een lid van de interne Raad op het moment dat die zich met internationale begeleiders naar het gehucht Mulatos Medios begaf.
Op woensdag 7 mei 2025 drong een bekende paramilitair, onwetendheid veinzend, overdag onze privé-eigendom Vredesgehucht Rigoberto Guzmán binnen in het gehucht La Unión. Daar verbleef hij enkele minuten. Nadien trok hij zich terug uit deze plaats.
Op donderdag 8 mei 2025 rond 2 uur werden verschillende schoten gehoord in het dorpscentrum van San José de Apartadó. Gewapende paramilitairen waren het die deze schoten losten, ondanks het feit dat er zich op dit moment een militaire basis bevindt en een bunker van de Nationale Politie, zonder dat hun aanwezigheid ook maar iets betekent. De feiten spreken voor zichzelf.
Dezelfde donderdag 8 mei 2025 toonden paramilitairen hun woede voor de laatste getuigenis (constancia) door de Vredesgemeenschap. Ze kondigden aan: “deze hoerenjonggemeenschap moet worden verwijderd” omdat ze volgens hen een overlast vormt op het grondgebied.
Op dinsdag 13 mei 2025 kondigde een paramilitair met alias MARTÍN, die controle uitvoert in het dorpscentrum van San José, aan dat hij een lijst bezat van verschillende personen, waarop hij zou overgaan om hen via mobiele telefoon in kennis te stellen van boetes of sancties voor het niet opvolgen van richtlijnen of orders van de paramilitairen. Hij bevestigde dat wie de boete niet betaalt de gevolgen op zich moet nemen. Hij kondigde daar aan dat alles georganiseerd is met een persoon die belast is met het uitvoeren van de rondes voor de paramilitairen. Het is bekend dat reeds meer dan 11 personen effectief een inning of afpersing voldeden voor het niet nakomen van de orders van de paramilitairen. Anderen moesten de zone verlaten omwille van doodsbedreigingen.
Op vrijdag 16 mei 2025 rond 21 uur schond een gewapende groep, die zich identificeerde als militairen, onze privé-eigendom San Josecito door onze leefruimten en woningen binnen de nederzetting te omsingelen. Men vernam dat het Ministerie van Defensie deze illegale actie ontkende, door te beweren dat op geen enkel moment zulke situatie zich zou hebben voorgedaan. De schande springt eruit als totale brutaliteit.
Op maandag 19 mei 2025 benaderde een bekende paramilitair enkele huizen in Mulatos Medios, om informatie in te winnen over de activiteiten van de leden van de Gemeenschap in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra.
Diezelfde maandag 19 mei 2025, werd een lid van de Interne Raad onderschept door een paramilitair die aankondigde: “de baas wachtte je op”.
Op dinsdag 20 mei 2025 vertoonde de bekende paramilitair Agripina zich met een communicatieradio ten aanzien van de humanitaire commissie van de Vredesgemeenschap en van het Kantoor van de Ombudsman, die een rondgang maakte door de o.a. de gehuchten Mulatos en La Resbalosa.
Op vrijdag 23 mei 2025 raadpleegde een bekende paramilitair verschillende bewoners van de zone, met de vraag of een vrouw, lid van onze Vredesgemeenschap, zich alleen bevond in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra.
Dezelfde vrijdag 23 mei 2025, waren vier paramilitairen in de namiddag aanwezig in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra.
Op zondag 25 mei 2025 werden we in kennis gesteld van doodsbedreigingen tegen een boer van het gehucht Mulatos Medios.
Op woensdag 4 juni 2025 overdag onderschepte een bekende paramilitair, die controle uitoefent in het punt dat bekend staat als Chontalito, een lid van onze Gemeenschap met de dringende vraag van waar hij kwam en wanneer hij terugkeerde of langs deze plek passeerde.
Op donderdag 5 juni 2025 overdag bereikten ons doodsbedreigingen tegen José Roviro López , lid van onze Interne Raad en coördinator van het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra. Het bevel is dat ze hem niet meer willen zien in het gehucht Mulatos.
Dezelfde donderdag 5 juni 2025 bereikte ons informatie waarin erge bedreigingen tegen een bewoner van de zone werden aangekondigd, waarin stond dat ze zijn zaak zouden voorleggen aan de paramilitaire commandanten die extreme maatregelen tegen hem zouden nemen omdat de boer ervan beschuldigd wordt een sapo1 of informant te zijn die info verschaft aan de Vredesgemeenschap.
Op deze donderdag 5 juni 2025 werd een officiële plechtigheid van nationale en internationale erkenning tegenover de Vredesgemeenschap gehouden, een plechtigheid voorgezeten door de Heer President van de Republiek Colombia Gustavo Petro Urrego, waarin hij in naam van de Colombiaanse Staat publieke verontschuldigingen aanbood voor zoveel schande en barbaarsheid, die reeds meer dan 1.810 misdaden tegen de menselijkheid, in meerderheid bedreven door staatsorganen tegen ons proces van Geweldloos Verzet, overtreft. In zijn tussenkomst uitte Mr. de president zijn ongenoegen over het niet aanwezig zijn van zijn presidentieel cabinet op deze plechtigheid, terwijl hij onze Vredesgemeenschap het voorstel nalaat dat in een plechtigheid van deze omvang de drie takken van de publieke macht en zijn presidentieel kabinet aanwezig moesten zijn en hij motiveert ons om ze op dat niveau bijeen te roepen. Mr. President de Vredesgemeenschap had niet alleen een lijst gestuurd met de ambtenaren van uw presidentieel kabinet, uw verschillende ministeries, ambtenaren van verschillende agentschappen van de regering, maar ook een lijst met de leden van de militaire leiding en de hoge bevelhebbers die ze voorzitten. Mr. President op dezelfde wijze hadden we in de lijst de Magistraten van de Hoogste Colombiaanse Gerechtshoven, ambtenaren van de wetgevende macht, en alle controleorganen opgenomen, die nooit opdaagden. Het verbaasde ons dat deze hoge ambtenaren zowel van de nationale regering als van andere machten van de staat niet aanwezig waren, maar het verbaasde ons nog meer dat we tot op heden niet de motieven kennen waarom ze niet aanwezig waren.
Op vrijdag 6 juni 2025 overdag toen de groep van de Gemeenschap, die terugkeerde uit de stad Bogotá, na hun deelname aan de plechtigheid van verontschuldiging door President Petro voor alle barbaarsheden bedreven tegen onze Gemeenschap, werden ze op de luchthaven ‘Los Cedros’ van Apartadó door verschillende individuen, die niet verborgen, dat ze verschillende leden van onze Gemeenschap waaronder de Wettelijk Vertegenwoordiger Germán Graciano als hun doelwit identificeerden, beboet.
Op vrijdag 6 juni 2025 gebruikte de bekende paramilitair Adolfo Guzmán van het gehucht La Unión de publicaties van de krant ‘La Chiva de Urabá’ over het moment van boetedoening en publieke verontschuldigingen door de president van de republiek, om onze Wettelijke Vertegenwoordiger Germán Graciano te stigmatiseren, door te zeggen: “Petro guerrillero evenals hij die hem omarmt”.
Op zaterdag 7 juni 2025 drong men op illegale wijze met gele machinerie binnen in het stuk grond La Roncona, privé-eigendom van onze Gemeenschap om alluviaal materiaal te delven.
Op zondag 8 juni 2025 werden we verwittigd, dat paramilitairen aankondigden dat ze onze families van de Vredesgemeenschap, die gevestigd zijn in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra, met inbegrip van José Roviro López, lid van de Interne Raad, die de paramilitairen niet meer willen zien in de canyon van Mulatos, zouden verwijderen.
Op dinsdag 10 juni 2025 dringt er opnieuw een kiepkar en gele machinerie het stuk grond La Roncona, privé-eigendom van onze Vredesgemeenschap binnen. We leggen getuigenis af dat deze extractie van alluviaal materiaal totaal illegaal is. Evenwel, zoals wij zoveel keren deze illegale exploitatie hebben geweigerd, even zo veel keren was het antwoord van de binnendringers dat ze de ganse toelating hebben van hen die het commando voeren in het territorium.
Op woensdag 11 juni 2025 probeerde DARWIN USUGA, bewoner van het district en die buiten het territorium woont, om ijverig te communiceren met een leider van onze Gemeenschap, met de mededeling dat hij over informatie beschikte om ons aan te bieden over de daders van de moorden op Nallely Sepúlveda en Edinson David op 19 maart 2025 in het gehucht La Esperanza.
Op donderdag 12 juni 2025 zag men overdag een groep paramilitairen met camouflagekleding en zware wapens langs onze privé-eigendom La Cabaña in het gehucht La Esperanza passeren.
Op donderdag 19 juni 2025 werd in de gemeente Argelia, departement Antioquia, de bewoner DARWIN USUGA GRACIANO, afkomstig uit San José en zoon van Gilma Rosa Graciano, gefolterd en vermoord op 30 maart 2002 door paramilitairen, vermoord. Deze jonge boer was reeds herhaaldelijk door paramilitairen met de dood bedreigd in San José de Apartadó. Vanwege de ernstige bedreigingen had Usuga de streek verlaten om zijn leven te redden.
Op woensdag 25 juni 2025 kondigden bekende paramilitairen aan dat de toegang van het Nationaal Agentschap voor Gronden (ANT)tot het grondgebied van de canyon van Mulatos, La Resbalosa, La Hoz en de overige gehuchten van deze streek, werd opgeschort. Met het argument dat de vorige dagen dit Agentschap was binnengetrokken met personeel van de militaire inlichtingendienst.
Op vrijdag 27 juni 2025 werd bij de 13de verjaardag van zijn heengaan onze kameraad en gemeenschapsleider Eduar Lanchero herdacht. We gedenken en koesteren zijn gedachtenis. Zijn strijd en toewijding hebben ons een grote nalatenschap van engagement en opbouwen van vrede nagelaten. Een strijd die hij juist zelf besliste aan te gaan ondanks de veelvuldige bedreigingen en vervolging die hij in zijn leven ontving.
Op vrijdag 27 juni 2025 benaderde een bekende paramilitair een minderjarig lid van onze Gemeenschap in het gehucht Mulatos om zich ervan te vergewissen welke persoon de grootste beslissingsmacht heeft binnen de Vredesgemeenschap: Germán Graciano of José Roviro López, bieden lid van de Gemeenschap en van de Interne Raad.
Op donderdag 3 juli 2025 benaderden sommige bewoners van de streek de Vredesgemeenschap en ze deelden met ons de onvrede over de regels opgelegd door het paramilitarisme in de regio. Ze leggen de boerenbevolking beperkingen op bij het bewerken van gebieden voor landbouwgebruik tot maximum twee hectares, terwijl zij bergen en bossen slopen om die nadien te gebruiken voor veeteelt.
Op dinsdag 8 juli 2025 was een commissie samengesteld door de Vertegenwoordiger van de Kamer Pedro Baracutao García aanwezig in de sector het best bekend als Caseta del Cuchillo, van het district van San José de Apartadó. Zijn aanwezigheid werd op sociale media gedeeld. In deze publicatie vraagt hij investeringen van de uitvoerende macht in verschillende sociale gebieden op het grondgebied, waaronder de noodzaak van het aanleggen van tertiaire wegen met het argument van de primordiale noodzaak voor de boerenproductoren om hun producten van het platteland te kunnen vervoeren. Baracutao- Weet gij dan niet dat in het districtshoofd van San José de paramilitairen de boeren verbieden om meer dan twee (2) hectares grond te verbouwen? Maakt gij campagne voor de aanleg van illegale wegen in het district van San José de Apartadó dat DMI2 werd verklaard, wat het tot een zone maakt van milieubelang? Gelooft gij dat de aanleg van een weg de problemen en noden van het district van San José de Apartadó oplost? Misschien gebruikt gij die behoefte als afleiding van de echte noden die de bevolking lijdt in de verschillende gehuchten van het district?
Op dezelfde dinsdag 8 juli 2025 herdacht onze Gemeenschap het afschuwelijk bloedbad 25 jaar geleden van zes van onze broers die afgeslacht werden voor het oog van hun kinderen en van hun gemeenschap door paramilitaire legerscharen verbonden met en ondersteund door de militaire autoriteiten zoals duidelijk blijkt uit verschillende vonnissen en gerechtelijke processen.
Op vrijdag 11 juli 2025 kregen we nieuwe doods- en uitroeiingsbedreigingen tegen onze Vredesgemeenschap. Bedreigingen tegen Germán Graciano Posso, Wettelijk Vertegenwoordiger, en andere leden van de Interne raad. Bij deze bedreigingen verwittigden dat ze niet zouden instaan voor het leven van wie het durft informatie te geven aan de Gemeenschap over wat zij bespraken in de regio.
Op 6 juli 2025 namen we afscheid van het lichaam van Ricardo Quintero, lid en stichter van de Vredesgemeenschap, die stierf nadat hij aan een ernstige ziekte leed, die een einde maakte aan zijn leven (letterlijk ‘ademen’).
Zijn ademen stopte en het kloppen van zijn hart hield op, maar niet zijn dromen en die van velen die ons fysiek achterlieten, maar hun woorden en aanmoediging zullen altijd aanwezig blijven bij elke stap in ons leven.
Bedankt Ricardo om ons zoveel te leren, uw overtuigingen waren onwrikbaar tot het einde.
1Sapo is letterlijk pad (dier) en figuurlijk gaat het over een informant of verklikker
2DMI = Distrito de Manejo Integrado: Beschermde zone waarbij men probeert de bescherming van ecosystemen te combineren met het duurzaam gebruik ervan door lokale gemeenschappen.
19/02/2025 De strategie van uitroeiing tegen ons is absoluut niet bescheiden
Opnieuw richt onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó zich tot de mensheid en de geschiedenis om getuigenis af te leggen over nieuwe feiten van agressie, die zich geconcretiseerd hebben in herhaalde dreigementen van uitroeiing tegen ons proces van solidair te leven, koppig vasthoudend aan de bestemming van op weg te gaan naar de voortdurende opbouw van een meer rechtvaardige wereld.
Al geruime tijd proberen de instellingen van de Colombiaanse Staat, gesteund door de massa informatiemedia, het land en de wereld te overtuigen dat er in Colombia geen paramilitaire groepen meer bestaan.
Die gewapende structuren, die niet wettelijk erkend zijn, ofschoon ze in het geheim samenwerken met alle instellingen en de meest gedurfde straffeloosheid genieten vanwege het gerechtelijk apparaat, want hun rol bestaat erin systematisch misdaden te bedrijven, die de mensheid met de grootste gruwel heeft verafschuwd, vertoonden zich publiekelijk in het verleden als gezellen en beschermelingen van de publieke strijdkrachten, terwijl ze zonder enige schaamte hun eigen uniformen, ruimtes en bewegingen gebruikten, en als vrienden en getolereerd door ondernemers en massacommunicatiemedia.
Maar in de mate dat hun misdaden door internationale rechtbanken veroordeeld werden en hun band met de Staat en het establishment onmogelijk te verbergen was, ontwierpen ze een andere modus operandi, gebaseerd op gecamoufleerde banden met de instellingen, met de ondernemerswereld en met de massa informatiemedia. En gebaseerd op geheime financiering van hun actoren en medeplichtigen door middel van de steun van de drugsmaffia, en op de aanname van ANONIMITET als methode om hun criminaliteit te verbergen.
Binnen deze parameters was het bijvoorbeeld mogelijk dat de CLAN DEL GOLFO, paramilitaire structuur afkomstig uit Urabá, die zijn oorsprong heeft in het gehucht Playa Larga van San José de Apartadó, vandaag beschermd wordt door een burgerbevolking en door regionale staatsinstellingen die haar toelaat praktijken aan te nemen, die in het Strafwetboek als zware delicten worden bestempeld, maar die zij in de routinematige tolerantie hebben geacclimatiseerd als “normale praktijken”, die niemand meer in vraag stelt en geen enkel controleorganisme, noch het Openbaar Ministerie, noch de Politie, noch het leger, noch het Kantoor van de Procureur, noch het Kantoor van de Ombudsman durft zich hiermee bezig houden, omdat ze wantrouwend zouden zijn tegenover de echte machten die hier heersen.
Dank zij deze acclimatisering van de misdaad, is de dagelijkse uitoefening van deze misdaadpraktijken, die duidelijk getypeerd worden in het Strafwetboek, “NORMAAL” geworden. Voor wie bekend is met de wetten en de structuur van het Colombiaanse constitutionele systeem, is dit in strijd met de grondwet en de wetten. Zo maar een groep burgers, niet verkozen via grondwettelijke procedures, kan zich niet de autoriteit toe-eigenen om op deze manier te regeren over wie ze maar willen, kan geen regels uitvinden, ze opleggen, economische bijdragen eisen, sancties opleggen en minder nog met straffen van verbanning of moord, land en goederen in beslag nemen, wapens gebruiken, patrouilleren in territoria met wapens en zo hun wil opleggen. En ze gaan zo ver dat ze beschikken over het leven van wie hen weigeren te gehoorzamen, na hun toevlucht te hebben genomen tot allerlei vormen van intimidatie, en dat allemaal in de naam van een ideologie van de elite of van een “ordening”, die niet verenigbaar is met de rechten en waarborgen, die ooit waren vastgelegd in een grondwettelijke kaderwet, die ondanks de tientallen hervormingen op verzoek van een economisch bevoorrechte en corrupte elite, nog steeds enkele juridische basisbeginselen handhaaft.
Wanneer men voortdurend getuigenissen ontvangt van plattelands- of stadsbewoners, die punctueel de misdaden beschrijven die de permanente praktijk uitmaken van de paramilitairen, wordt om het even wie doodsbang bij het openen van het Strafrechtboek en bij het ontdekken dat minstens 35 artikelen hiervan het criminele gedrag beschrijven dat deel uitmaakt van het dagelijks leven van de paramilitairen en dat de rechterlijke macht zich niet in het minst bezighoudt met het onderzoeken, vervolgen en bestraffen hiervan, en dat de rest van de staatsinstellingen ook maar enig teken geeft iets te doen om deze wervelwind van misdaden te stoppen, waardoor de grote hoop van de slachtoffers in een compleet gebrek aan bescherming achterblijft. En iets dat nog erger is, zulke criminaliteit wordt beschermd door enorme sommen geld. Tegenwoordig worden de Raden voor Gemeentelijke Actie verleid met ontzaglijke steekpenningen om hen het zwijgen op te leggen en om de plannen van het paramilitarisme op hun grondgebied te ondersteunen.
Het is duidelijk dat de benaming PARAMILITAIREN al zijn etymologische legitimiteit bewaart, want haar beslissende macht is gebaseerd op gewapend - militair – optreden, ofschoon de legaliteit van een dergelijk gebruik van wapens enkel ‘de facto’ is, en niet ‘de jure’ of ‘de derecho’, maar de macht hiervan wordt gegeven door de tolerantie van de instellingen van de legaliteit.
De feiten waarvan we vandaag getuigenis willen afleggen zijn de volgende:
Op maandag 6 januari 2025 kregen we kennis van nieuwe bedreigingen en van een plan om sommige leiders van onze Vredesgemeenschap te vermoorden. Dit plan is ontworpen om het uit te voeren en het nadien te laten begrijpen als een poging om te stelen, waardoor het wordt geïsoleerd van de regionale en lokale context.
Op maandag 13 januari 2025 kreeg onze Gemeenschap kennis van een oproep aan de bewoners van de regio voor een bijeenkomst op 15 januari in het gehucht La Esperanza, van ons district van San José de Apartadó, waar meerdere mensen aanwezig zouden zijn. De centrale kwestie zou zijn: opnieuw de noodzaak aan te kaarten om een weg aan te leggen in het gehucht La Esperanza die tegelijk onze privé-eigendom LAS DELICIAS aantast. We moeten eraan herinneren dat de aanstokers van de weg, reeds geruime tijd, op ons redelijk verzet tegen de aanleg van deze weg, antwoordden met beledigingen, aanvallen, berovingen, vernielingen, het aankondigen van bloedvergieten en de vervulling hiervan in buitengerechtelijke executies, die in maart 2024 werden uitgevoerd. Het lijkt erop dat de aandrang om ons uit te roeien niet ophoudt.
Op zondag 19 januari 2025 benaderde een inwoner van de zone ons om ons te laten weten dat in sommige gehuchten van het district een opeising en uitnodiging aan de burgerbevolking circuleerde, via sociale netwerken en groepen, om ons stuk grond Las Delicias, privé-eigendom van onze Vredesgemeenschap binnen te dringen. Ze bevestigden dat ze het moe zijn op weg te gaan en dat het dringend is dat de weg doorloopt tot La Esperanza. Deze aansporing heeft tot doel opnieuw draden, poorten en hekken te breken en de weg aan te leggen boven iedereen die zich er tegen verzet.
Op vrijdag 24 januari 2025 werden verschillende personen die wonen in de Cañon de Mulatos op een vergadering bijeengeroepen door paramilitairen die controle uitoefenen in de zone. In deze vergadering gaven de paramilitairen te kennen dat het verboden is voedselgewassen te telen op gronden die groter zijn dan 1 hectare. Op dezelfde wijze kondigden ze de tarieven aan of de hoeveelheid geld dat ieder gehucht moet bijdragen aan de aanleg van wegen in de gehuchten. Deze tarieven opgelegd door de paramilitairen schommelen tussen 10 en 30 miljoen pesos (= 226,00 Euro en 678,00 Euros) die door sommige gehuchten verplicht moeten bijgedragen worden aan deze weg. Volgens de paramilitairen zorgen zij voor de machines en de operatoren en de burgerbevolking moet zorgen voor de brandstof van deze machines. De paramilitairen kondigden aan sommige burgers aan dat, in het geval van de Vredesgemeenschap, het bevel luidt dat “dat geen enkele burger zich met de hoerenjonggemeenschap mag inlaten, dat ze alles al afgesproken hadden om ze uit te roeien en van de planeet weg te wissen.”
Op donderdag 30 januari 2025 kreeg onze Gemeenschap kennis van een plan opgesteld door de paramilitairen om onze nederzetting van San Josecito af te branden en deze brand te doen doorgaan als een gewapende binnendringing door een niet-geïdentificeerde groep.
Op woensdag 5 februari 2025 kregen we uitgebreide en voldoende kennis waarbij, in een mededeling, een bekende paramilitair informatie ontving van een derde partij, waarin de bewegingen van GERMÁN GRACIANO, de Wettelijke Vertegenwoordiger van onze Vredesgemeenschap.
Op zaterdag 8 februari 2025 kwam men te weten dat sommige bewoners met banden met het paramilitarisme als argument gebruiken dat de Vredesgemeenschap hen bedreigt om beschermingsprogramma’s aan te vragen bij de UNP (Nationale Eenheid voor Bescherming), onder het voorwendsel dat gewapende groepen vanuit een van onze nederzettingen van de Vredesgemeenschap, zoals deze van San Josecito, vertrekken en operaties uitvoeren die het dorpscentrum van San José treffen en nadien langs de rivier naar beneden gaan en zich verstoppen in onze nederzetting. Een dergelijke belediging kan niet grover en perverser zijn , aangezien veel van onze zorgvuldig bewaakte principes, waarbij zij die ze overtreden worden gestraft, absoluut in strijd zijn met dergelijke smadelijke laster.
Op vrijdag 14 februari 2025 hielden de paramilitairen in het Chontalito-gebied van San José de Apartadó een bijeenkomst met personen met banden met de Raden voor Gemeentelijke Actie van de zone om hun noodzakelijke economische samenwerking voor te stellen voor de aanleg van wegen in verschillende gehuchten van het district, waaronder opnieuw die welke de boerderij Las Delicias van het gehucht La Esperanza, eigendom van onze Vredesgemeenschap, zou doorkruisen, waar het paramilitarisme reeds verschillende mensenlevens had geëist, door ons te verzetten tegen de aanleg van illegale wegen, die het leefmilieu vernietigen, die gepland zijn in dienst van multinationals van de mijnbouw, die aangelegd zijn met buitensporige en illegale belastingen, die uitgevoerd zijn met militaire machinerie in nauwe samenwerking met de planning gedefinieerd door de bevolking die onderworpen is aan het paramilitarisme , zonder enige democratische participatie. Terwijl het paramilitarisme de raden probeerde te overtuigen van deze collaboratie met hun illegale wegenplan, verplichten ze reeds dagenlang in het gehucht La Balsa, op de plek Batea, elk voertuig of moto die tussen Apartadó en San José rijdt, om een buitensporige tol te betalen voor de zogezegde reparatie van een weg, die door de Gemeente in de steek werd gelaten, een reparatie die ook niet geverifieerd kan worden. Geconfronteerd met deze eisen om buitensporige bedragen op te leggen aan de eenvoudige boerenbevolking van San José de Apartadó, voelen veel bewoners angst en beklemming omdat ze zich verplicht zien om aan dit bevel deel te nemen of dat ze anders uit de regio zouden verdreven worden, aldus de paramilitairen.
Op zondag 16 februari 2025, op het moment dat een internationale delegatie binnenkwam in onze gemeenschappelijke nederzetting van San Josecito, stopten drie personen, die zich per moto verplaatsten, recht tegenover onze nederzetting en ze bevestigden “het is pure guerrilla die hier toekomt”.
We delen deze getuigenis met hen die solidair met ons zijn geweest, op het moment dat er 11 maanden zijn verstreken sinds het laatste bloedbad, dat onze Vredesgemeenschap heeft geleden in het gehucht La Esperanza. Wij zijn verontwaardigd over de straffeloosheid, waarin deze nieuwe misdaad tegen de menselijkheid verblijft, omdat ze deel uitmaakt van een systematische macro-misdaad, die nu al 28 jaar straffeloos blijft. De weg die het Openbaar Ministerie heeft afgelegd om dit te onderzoeken, gebaseerd op de klassieke methoden die enkel straffeloze effecten heeft opgeleverd in verschillende decennia, overtuigt ons absoluut niet: het ondervragen en het woedend optreden tegen de slachtoffers en niet tegen de daders; zich steunen op getuigenissen die het meest manipuleerbaar zijn, hetzij door omkoping of bedreiging, en het leveren van zogenaamd technische, maar geïmproviseerde en gebrekkige, bewijzen. Vandaar dat er geen minimum voorwaarden voor onze samenwerking gegeven worden, minder nog wanneer er honderden en honderden gruwelijke misdaden, zonder enige gerechtigheid of opheldering blijven.
Ze zullen een einde kunnen maken aan ons leven, maar nooit aan onze stem die schreeuwt om waarheid te midden van een zee van straffeloosheid.
06/05/2025 Terreur vermomd als sociale ontwikkeling
Onze Vredesgemeenschap van San José de Apartadó heeft de laatste maanden een heel bijzondere ervaring beleefd. Sinds vorig jaar (2024) accepteerden we een onderhandelingsproces van minnelijke schikking aan te gaan met de Staat, met de bemiddeling van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten, maar zonder afstand te doen van de Breuk met de Staat, aangezien de redenen en de motieven van deze beslissing niet zijn opgehouden, ofschoon ze reeds meer dan 20 jaar teruggaan.
De huidige regering van President Petro is erin geslaagd om een aantal instellingen te veranderen, waaronder het Agentschap voor Juridische Verdediging van de Staat, dat zich niet langer primair bezighoudt met het ontkennen van elke verantwoordelijkheid van staatsambtenaren bij misdaden, maar in de plaats daarvan de verantwoordelijkheid hierbij erkent bij emblematische gevallen zoals dat van onze Vredesgemeenschap. We hebben daarom genoegdoening geëist voor monumentale en concrete schade aangericht door staatsagenten, terwijl ze niet onmogelijk te herstellen zijn zoals de honderden doden en verdwijningen. We hebben ook niet geprobeerd om elke schade te vertalen in geldelijke tegenwaarde, omdat de meeste van onze waarden geen commercieel karakter hebben en niet in geld kunnen worden getaxeerd. We hebben een herziening geëist van schokkende acties van de valse en rotte “justitie” die al tientallen jaren in de regio opereert. We hebben het herstel van onze goede naam geëist, die door de massamedia en het rot gerechtelijk apparaat met de voeten werden getreden. We hebben geëist dat de wettelijke titels op onze collectieve gronden worden erkend. We hebben geëist dat de Staat ervan afziet om het ons, als slachtoffers betaald te zetten, voor hun misdaden van beroving, ontheemding en bloedbaden, die zijn agenten hebben gepleegd, waarbij ze vele miljoenen belastingen hebben geheven op onze in de steek gelaten gronden.
Maar ofschoon het proces van Minnelijke Schikking naar tevredenheid verloopt, blijft het andere facet van de Staat ons meedogenloos en schaamteloos kwetsen. De Clan del Golfo, een paramilitaire structuur die nu overweldigend is in het land, overheerst de regio van Urabá en omzeggens alle gehuchten van San José de Apartadó, als een echte de facto regering, met de instemming van alle instellingen die zich schijnheilig in mekaars armen sluiten om dit perverse apparaat in stand te houden. Ze beschouwen zichzelf als de enige heersende autoriteit en rekenen op de stilzwijgende medeplichtigheid van omzeggens alle instellingen, zoals Leger, Politie, Openbaar Ministerie, een groot aantal Raden voor Gemeentelijke Actie, zoals zij die het vreemde ‘contract’ met FEDECACAO, met als titel “Geen Vredesgemeenschap meer”, ondertekenden, of zij die de moordenaars van onze kameraad Nalleli en van de jongen Edinson een jaar geleden, met de mantel der liefde bedekten. De Clan del Golfo heeft militanten, waarvan de aanhangers worden beloond met dikke sommen geld, wat hen in staat stelde om o.a. grote groepen gedemobiliseerde voormalige FARC-leden, sectoren van de maatschappij, politici, zakenmensen binnen te halen. Vandaag de dag zijn er talloze speculaties over de bedragen aan steekpenningen die betaald zijn aan staatsambtenaren van de regio en aan het personeel van de massamedia , om het Status quo te handhaven dat gedomineerd wordt door de Clan del Golfo.
De medeplichtigheid van de publieke strijdkrachten bij deze overheersing door de Clan is evident. In maart 2024 vertelde de Commandant van de 17de Brigade openlijk aan internationale bezoekers dat ze het bevel, gegeven door President Petro om zich te verontschuldigen bij onze Vredesgemeenschap voor de massa misdaden die tegen ons begaan werden niet zouden eerbiedigen. Maar nu zijn ze tot een uiterst gedurfde actie gekomen: in februari 2025 heeft de Commandant van de 17de Brigade Kolonel Luis Enrique Camargo Rodríguez een actie van voogdij ingesteld tegen een hoge ambtenaar van de regering Petro, Dr. Gloria Cuartas, hoofd van de Eenheid voor de Implementatie van het Vredesakkoord, aanvoerend dat de beweringen van deze ambtenaar op haar sociale netwerk X, op 19 februari 2025, de goede naam en de eer van de militairen hebben geschonden.
Wat Dr. Cuartas had geschreven was letterlijk het volgende: “President, ik hoop dat de nieuwe Minister van Defensie ons zal helpen bij het oplossen van deze complexe interne relatie van de 17de Brigade en van de Politie van Urabá tegen het autonoom vredesproject, een ethisch ontwerp, een voorbeeld voor de wereld. De Clan del Golfo werkt niet zonder hen.
De promiscue rechter van Carepa , Ruth I. Betancur Henao, accepteerde de actie van voogdij, zonder ook maar enigszins te onderzoeken of er werkelijk een complexe relatie bestond tussen de 17de Brigade en het paramilitarisme in Urabá. Zij schendt zelfs de normen van haar jurisdictie voor dergelijke zaken waarbij nationale ambtenaren betrokken waren. Ze vonniste de voogdij ten gunste van de militairen, in een akte van schandelijke onderworpenheid. Op 12 maart 2025 vordert zij dat Dr. Cuartas haar uitspraken binnen de 48 uur in moet trekken.
Een paar dagen later, op 28 maart vernietigde de eerste burgerlijke rechter van de rechtbank van Apartadó, Dr. Martín Gómez Ángel Rangel, de handelingen van de rechter van Carepa, niet enkel omdat ze de grenzen van haar bevoegdheid in die zaken had overschreden, maar ook omdat een snelle lezing van Decreet 2647 van 2022, dat de functies afbakent van de Eenheid voor de Implementatie van het Vredesakkoord, duidelijk maakt dat Dr. Gloria Cuartas enkel en alleen haar plichten vervulde door dit verzoek te doen aan de president.
Nadien werd de actie van voogdij ten gronde vernietigd door een rechter van het gemeentelijk tribunaal van Apartadó.
Alles wijst erop dat de 17de Brigade de fundamentele lessen binnen haar optreden niet leert. Inderdaad in 2020 had dezelfde 17de Brigade een andere actie van voogdij aangespannen tegen onze Vredesgemeenschap, met de claim dat de justitie een reeks historische getuigenissen, die verspreid werden via sociale netwerken, zou laten censureren, waarin ze hetzelfde argument aanvoerden van de schending van de goede naam en de eer van de militairen.
Ze rekenden toen op een andere rechter die onvoorwaardelijk achter hun wandaden stond en niet op de hoogte was van hun regels, maar de zaak werd in beroep door gewezen naar het Grondwettelijk Hof, dat talrijke “amici curiae” ontving van internationale juristen die de gelederen sloten om het recht op vrije meningsuiting. Die onwetende rechter had zich evenmin afgevraagd of de getuigenissen/vaststellingen naar iets waars of onwaars verwezen en of ze ernstige zaken aan de kaak stelden die onderzocht moesten worden. Dat maakte hen allemaal niets uit, het was hen enkel te doen om de militairen een plezier te doen. Dezelfde magistraten van dit hooggerechtshof waren verdeeld in hun argumenten en in de controversiële uitspraak T-342/20 legden ze hoe dan ook vast dat er een schending van de goede naam had plaatsgevonden van de militairen van deze brigade. Maar ze handhaafden het respect voor het recht op vrije meningsuiting en ze weigerden onze historische getuigenissen van de sociale netwerken te laten verwijderen. En ze weigerden ons te verbieden die kanalen te blijven gebruiken. Het was een controverse die leidde naar de vraag om dit vonnis te vernietigen. De magistraat die de redactie deed van de eerste versie van het vonnis, die later werd vervangen, stelde uiteindelijk een grondig afwijkende mening vast, waarin hij de reikwijdte van het recht op een goede naam bepaalt. In een alinea die duidelijk kan worden toegepast op de zaak van Dr. Gloria Cuartas, stelt de Magistraat Jorge Enrique Ibáñez:
“De geldende jurisprudentie betreffende de bescherming van de grondwettelijke garantie van de goede naam vereist het onberispelijk gedrag van de persoon die er houder wil van zijn. Dus wie tegen zich rechterlijke beslissingen heeft die het bestaan van onberispelijk gedrag ondermijnen voor in het verleden gepleegde misdaden of verzuim, is dus niet in de positie om bescherming van zijn recht op een goede naam te claimen. Het Hof heeft nadrukkelijk gesteld dat het recht op een goede naam niet alleen zeer persoonlijk is, maar direct verband houdt met “ de waarde die leden van een samenleving aan iemand hechten, waarbij de reputatie of faam van de persoon de component vormt die de bescherming van het recht activeert”. Gevoegd bij wat voorafgaat, hebben de grondwettelijke jurisprudentie en de uitspraken van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens erkend, dat de bescherming van het recht op een goede naam dat van toepassing is op publieke figuren en staatsambtenaren, zwakker is vanwege de blootstelling die ze aan hun activiteiten ontlenen en van het recht van burgers om controle uit te oefenen op de uitoefening van de publieke macht en om op vreedzame wijze kritiek te uiten op handelingen van de staat en op sociale gebeurtenissen. Een hoge mate van blootstelling op het publieke forum betekent dus onverbiddelijk dat de ambtenaren “het risico aanvaarden dat ze blootgesteld zijn aan kritiek, ongunstige opinies of onthullingen, voor zover een groot deel van het algemeen belang zijn blik gevestigd heeft op hun ethisch en moreel gedrag”.
Op basis van de geschetste rechtspraak, vereist de analyse van de waarborg van het recht op goede naam en eer van de leden van de 17de Brigade het goede imago, maatschappelijke erkenning en onbesproken gedrag van hen die zich beroepen op hun bescherming, alsook van de analyse over de tolerantie die zij zouden moeten hebben voor kritische meningen of negatieve onthullingen, dit vanwege hun grote blootstelling aan het publieke forum.
Niettegenstaande wat voorafgaat, heeft het Vonnis T-342 van 2020, met volledige miskenning van de geschetste grondwettelijke jurisprudentie, besloten om het recht op eer en goede naam van de leden van de 17de Brigade te beschermen en (i) de meer dan 10 beslissingen van het Inter-Amerikaanse Systeem voor de Mensenrechten, de verschillende opvolgingsbevelen van het Grondwettelijk Hof en de verschillende gerechtelijke beslissingen, zowel nationaal als internationaal, over het hoofd ter zien, die de medeplichtigheid tussen de 17de Brigade van het Nationale Leger en de paramilitaire groepen die in het gebied van Urabá opereren, bij de uitoefening van gewelddadige acties waarbij de leden van de Vredesgemeenschap het slachtoffer zijn geworden. Alsook (ii) het feit dat de boodschappen die aanleiding hebben gegeven tot de actie van voogdij door de Vredesgemeenschap gepubliceerd werden in dezelfde periode waarin voorlopige beschermingsmaatregelen ten gunste van haar werden uitgevaardigd door het Inter-Amerikaans Systeem voor de Mensenrechten, voor feiten die vergelijkbaar zijn met welke in de aangehaalde publicaties werden aangeklaagd, die rekenschap gaven van de actualiteit van de situatie.”
Maar het is niet alleen de 17de Brigade die minachting en ongehoorzaamheid heeft vertoond aan de Grondwet en de wetten. Ook de openbare ministeries in de regio doen hetzelfde. Vele jaren geleden heeft onze Gemeenschap reeds een beroep gedaan op het artikel 18 van de Grondwet in haar respect voor het principe van Gewetensbezwaar en ging ze over tot een breuk met het “gerecht”, na vele jaren een beroep te hebben gedaan op alle instanties van het gerechtelijk apparaat om de grondwettelijke en universele rechten van haar leden te beschermen, oogstte het alleen maar bewijzen van corruptie en beangstigende morele verrotting, die op geen enkele manier “rechtvaardigheid” kan genoemd worden. Toch blijven veel gerechtelijke ambtenaren leden van onze Vredesgemeenschap oproepen om te getuigen in processen die dezelfde corrupte methodes blijven volgen, waardoor de gruwelijke processen uit het verleden onaangeroerd blijven.
De feiten die we bij deze gelegenheid voor de mensheid en de geschiedenis achterlaten zijn de volgende:
Op woensdag 12 februari 2025 ontvingen we een mededeling van het Openbaar Ministerie waarin 3 leden van de interne raad van onze Gemeenschap gedagvaard werden om te getuigen over feiten die in de afgelopen jaren hebben plaats gevonden.
Op donderdag 27 februari 2025, terwijl leden van onze Vredesgemeenschap voorbereidingen troffen om gemeenschapswerk voor het onderhoud van de weg van San José naar Apartadó, werden ze ter hoogte van het stuk gemeenschapsgrond La Roncona onderbroken door een patrouille van de Nationale Politie (patrouille 41-0391), die een wegversperring opzette, zonder enige signalisatie over het stuk gemeenschapsgrond. Op dat moment heeft onze Gemeenschap aan de agenten gevraagd van deze plaats te vertrekken om de vrijheid te bezitten hun onderhoudswerken aan de weg te kunnen uitvoeren, was het antwoord van de agenten negatief, ze bevestigen dat ze de plaats niet zouden verlaten. Ze voerden aan dat wie weg moest gaan de Vredesgemeenschap zelf was.
Op woensdag 5 maart 2025 werd onze Vredesgemeenschap op de hoogte gebracht van een ander verzoek waarbij het Openbaar Ministerie het stuk grond Las Delicias in het gehucht La Esperanza wilde betreden, om de plaats van het delict van 19 maart 2024 te reconstrueren. Dit verzoek werd afgewezen door onze Vredesgemeenschap, aangezien een dergelijke daad eerder een opnieuw slachtoffer maken is en hoon betekent, voor het lijden dat onze gemeenschap onderging, zonder dat er tot op dit moment geen enkele aanwijzing is dat het “gerecht”, meer geloofwaardiger methodes gebruikt voor de opheldering van de feiten.
Op donderdag 13 maart 2025 ontvingen we een nieuw schrijven van het kantoor van de procureur-generaal, waarin drie leden van de Interne raad werden gedagvaard. De Vredesgemeenschap en haar leden verklaren zich in gewetensbezwaar.
Op vrijdag 14 maart 2025 benaderden verschillende bewoners van het gehucht La Uníón onze Vredesgemeenschap om hun bezorgdheid en angst die ze voelen te uiten voor bedreigingen van de paramilitairen, die cijfers en geldbedragen oplegden die elke familie moet bijdragen aan de aanleg van een illegale weg die het traject volgt dat van het dorpscentrum van San José naar het gehucht La Unión loopt. De waarschuwing aan de mensen in het gebied is dat het geld dat voor de wegen moet opgehaald worden omdat “het een bevel is van je weet wel wie”. In het gebied is er totale paramilitaire controle. Verschillende families van verschillende gehuchten van het district San José de Apartadó hebben toenadering gezocht bij onze Gemeenschap om getuigenis af te leggen over de voortdurende bedreigingen, waaraan ze werden blootgesteld.
Op woensdag 19 maart 2025 bezocht een grote groep van onze Gemeenschap en internationale begeleiders de plaatsen waar ze onze martelaren Nallely en Edinson voor het laatst zagen. Na een jaar van absolute straffeloosheid lijkt de barbaarsheid van de moordenaars niet te zijn afgenomen. Er wordt opnieuw gesproken over de aanleg van wegen onder impuls van dezelfde moordenaars die verantwoordelijk zijn voor de dood van onze broeders.
Op vrijdag 21 maart 2025, bij het evenement van presentatie van het verslag en de voortgang van de akkoorden onderschreven tussen de Colombiaanse Staat en de Vredesgemeenschap, vond de tussenkomst plaats van de Magistraat van de JEP, Dra Nadiesda, die verwees naar het proces dat deze overgangsrechtspraak als een belangrijke stap voorwaarts in de opheldering van de gebeurtenissen die in het bijzonder plaatsvonden in Urabá; deze interventie was niet alleen ongepast, het betekende opnieuw een tot slachtoffer maken van de Gemeenschap, voor zover haar beoogde mechanisme enkel heeft gediend om criminelen een garantie en vrijbrief te geven om door te gaan met het plegen van misdaden tegen de menselijkheid.
Op dinsdag 25 maart 2025 werd onze Gemeenschap gewaarschuwd voor nieuwe doodsbedreigingen tegen leden en leiders van de gemeenschap. Bij deze bedreigingen kondigen de paramilitairen aan dat ze vastbesloten zijn om om het even welk lid van de gemeenschap te vermoorden, waarbij ze beweren dat de moorden op Nallely en Edinson (op 19 maart 2024) alle leden van de Vredesgemeenschap deed lijden, wat betekent dat elke moord de Gemeenschap gaat doen lijden. Bij deze bedreiging werden verschillende personen die ons nabij zijn gewaarschuwd om niet te overnachten in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra, in Mulatos Medios, als ze niet wilden dat hen hetzelfde zou overkomen als Nallely en Edinson.
Op woensdag 26 maart 2025 kon men de aanwezigheid vaststellen van paramilitaire groepen op de privé-eigendom van onze Gemeenschap in het gehucht La Resbalosa, bekend als La Cabaña, waar bovendien het bloedbad van 21 februari 2005 werd aangericht.
Op donderdag 27 maart 2025 werden verschillende bewoners van het district van San José bang gemaakt door bedreigingen van bekende paramilitairen tegen de families die geen geld wilden bijdragen aan de aanleg van wegen doorheen sommige gehuchten van het district San José, terwijl ze aankondigden dat wie niet meewerkt de streek zal moeten verlaten of dat ze niet kunnen instaan voor zijn leven, en dat geen enkele eigenaar van een boerderij mag weigeren om de weg door het gebied te laten lopen.
Op vrijdag 28 maart 2025 bevond een gekende paramilitair in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra, in het gehucht Mulatos Medios, zich verschillende uren in de nabijheid van dat stuk grond, terwijl hij bezig was met controle- en bewaking van de bewegingen van de leden van de Gemeenschap. Het maakte niet uit dat er internationale vredesbrigadisten aanwezig waren.
Op zondag 30 maart 2025 rond 20:30 uur probeerde de gekende paramilitair alias ‘El Cochero’ binnen te dringen in de nederzetting van San Josecito.
Op maandag 31 maart 2025, tijdens een bijeenkomst in het dorpscentrum, werden richtlijnen gegeven dat alle volwassenen en zelfs de bevolkingsgroep van alle minderjarigen in het onderste gedeelte van San José en in haar omgeving , verplicht waren middelen bij te dragen voor de aanleg van de weg die naar de gehuchten Mulatos en La Resbalosa zou leiden. Deze (belasting)heffing zou gebeuren onder de premisse van “solidariteitsactie met de families van Mulatos en La Resbalosa.
Dezelfde maandag 31 maart 2025 verklaarden bekende paramilitairen, die in een openbare gelegenheid in het dorpscentrum van San José aan het converseren waren, tegenover verschillende burgers dat [… een van de plannen om die Gemeenschap te vernietigen bestaat erin om de vrouwen van deze hoerenjonggemeenschap seksueel te misbruiken…].
Op dinsdag 1 april 2025 werd een commissie van de Gemeenschap, die zich begaf naar de plaats waar de Commissie ter Evaluatie van het Gerecht werd gelanceerd, die geïnstalleerd werd in de Universiteit van Antioquia met zetel in Apartadó, onderschept en gedwongen een tol van afpersing te betalen op het punt waar ze illegaal een tolpost geïnstalleerd hadden ter hoogte van de plaats La Balsa, op de weg die van Apartadó leidt naar San José. Later werd de Nationale Ombudsvrouw Dra IRIS MARIN en haar gevolg, die een bezoek bracht aan onze nederzetting van San Josecito, getuige van de illegale tolpost op de vermelde plaats.
Op woensdag 9 april 2025 werden we op de hoogte gebracht van de dood van Robinson Rueda, een jongere afkomstig van het district van San José. Klaarblijkelijk werd hij vermoord in Medellín. Ook raakte bekend dat er een plan zou geweest zijn om hem de dagen ervoor in San José zelf te vermoorden bij één van zijn laatste bezoeken.
Dezelfde woensdag 9 april 2025 richtten verschillende internationale organisaties, in een gebaar van solidariteit voor de bevolking van onze omgeving en voor onze Gemeenschap, een oproep aan president Petro, met de bedoeling een einde te maken aan de schendingen van de mensenrechten die systematisch keer op keer herhaald worden.
Op dinsdag 15 april 2025 werd officieel de uitvoering bekend van een project genaamd “betalingen voor milieudiensten”, gepromoot door de JEP en andere entiteiten. Terwijl deze sociale projecten worden bevorderd, worden de waarheid en rechtvaardigheid achtergelaten en vertrapt. Hoe triest!
Op vrijdag 18 april 2025 benaderde een bewoner van de zone ons om ons in kennis te stellen van het onbehagen van gekende paramilitairen tegen ons proces van gemeenschapsleven en tegen Roviro López, lid van de Interne Raad van de Vredesgemeenschap.
Op woensdag 23 april 2025 dagvaardt de procureur-generaal opnieuw een lid van de Interne Raad om verhoord te worden voor deze entiteit. Onze Gemeenschap en haar leden hebben keer op keer publiek hun gewetensbezwaar kenbaar gemaakt zoals bedoeld in artikel 18 van de Colombiaanse Grondwet.
Op vrijdag 25 april 2025 werd een lid van onze Vredesgemeenschap benaderd door een bekende paramilitair, om te waarschuwen dat ze de aanwezigheid van leden van de Vredesgemeenschap niet langer meer gaan accepteren in het gebied van de cañon van Mulatos en La Resbalosa. Ze waarschuwden dat de Vredesgemeenschap een hoerenjong overlast vormt voor de streek en dat ze de aanwezigheid van haar leden in de zone niet gingen toelaten.
Op zondag 27 april 2025 benaderde een bewoner van de zone ons, om ons te vertellen dat gekende paramilitairen de gelegenheid zouden afwachten om drie leden van onze Interne Raad, Arley Tuberquia, Roviro López en Germán Graciano te vermoorden en bewijzen na te laten alsof het zou gaan over een geïsoleerde gebeurtenis in de context van de regio. Deze Juridische strategie en doodsstrategie verbaast ons niet. Enerzijds dagvaardt het Openbaar Ministerie, in een daad van intimidatie, herhaaldelijk leden van de Interne Raad. Ondertussen bedreigen de paramilitairen onze kameraden van de Interne Raad, die door het Openbaar Ministerie worden gedagvaard, juist met de dood.
Op woensdag 30 april 2025 rond 22:24 uur probeerden twee paramilitairen op het stuk grond Las Delicias in het gehucht La Esperanza de belangrijkste gemeenschapswoning binnen te dringen op het moment dat een humanitaire commissie van onze Gemeenschap daar was met internationale begeleiding. Door de reactie van de Gemeenschap namen de individuen de vlucht.
De laatste dagen werd in praktijk gebracht wat de paramilitairen aankondigden: het openen van wegen in enkele gehuchten van het district van San José de Apartadó. De aanleg van deze wegen was opgelegd door de paramilitairen, niet enkel op illegale wijze, maar ook door het opleggen van verplichte tarieven aan de boerenbevolking van de regio. Een project dat niet alleen gefinancierd en gepromoot wordt door de paramilitairen, maar dit crimineel project werd ook verwelkomd en gesteund door sommige Raden van Gemeentelijke Actie van het grondgebied. Op de illegale weg die aangelegd wordt tussen het dorpscentrum van San José en La Unión, werd een lid van onze Gemeenschap getroffen door het passeren van deze weg. Ze waarschuwden zijn familie dat dat ze zich niet mochten verzetten tegen de aanleg van deze weg, om niet in problemen te geraken, om problemen te vermijden door de weg te laten passeren door dit stuk grond Daar werden cacaobomen omgehakt van het lid van onze Vredesgemeenschap. Paramilitaire terreur wordt opgelegd vermomd als sociale ontwikkeling.
Terwijl we dichterbij een scenario van begrip door de Staat komen over de oorzaken die leidden tot een breuk met het staatsapparaat, wordt ons in volle hevigheid het uitroeiingsproject tegen ons levensproject geopenbaard.
Onze onwrikbare overtuigingen voor het leven geven ons echter de kracht om onze eigen levens eens te meer en zo dikwijls als nodig ter beschikking te stellen.
We koesteren de herinnering aan al onze gevallen broeders en zusters, aan wie we eer betonen met onze strijd en vreedzaam geweldloos verzet, die we op een dag met onze broeders en zusters besluiten te ondernemen.