13/03/2026 Controle en vermomde bedreigingen bij (en ondanks) de vredesbesprekingen
Het leven in onze regio is veranderd in een chaotisch, naïef en somber panorama van onzekerheid en voortdurende angst. In de samenleving wordt met voortdurende verbijstering vastgesteld dat we een periode doormaken waarin economische en militaire macht wordt tentoongespreid door hen die met wapens, overheersing, bedreigingen en dood alle geledingen van de samenleving controleren. De burgerbevolking, in het bijzonder de boerenbevolking zit gevangen te midden van belangen van buitenaf die geweld boven het leven stellen. We hebben hier te maken met een illegale Staat, aangezien deze niet degene is die in feite het grondgebied controleert of bestuurt. Alles is overgeleverd aan de paramilitaire macht, die de regels voor het sociale gedrag dicteert en beslist hoe de boerenbevolking in de regio moet leven. Deze onderdrukking en controle hebben een klimaat van terreur gecreëerd, aangezien het legitieme gezag van de staat zijn macht verloor en de bevolking zich door de instellingen in de steek gelaten voelt, waardoor ze zich verplicht ziet te gehoorzamen aan regels opgelegd door illegale actoren, om minstens met veel moeite te kunnen overleven. Al enkele maanden voeren de paramilitairen en de huidige regering vredesonderhandelingen met als garant verschillende landen. Het dagelijks leven in het territorium weerspiegelt echter een heel andere realiteit dan het officiële discours. De doodsbedreigingen en dreigingen met uitroeiing tegen onze gemeenschap en de bewoners van onze geografische omgeving zijn niet opgehouden. De mechanismen van controle, intimidatie en aanvallen zijn toegenomen. Daar komt nog bij dat er een absolute en meedogenloze overheersing is op de economische projecten van de boeren, wat rechtstreeks hun levensonderhoud en hun autonomie op gebied van voedselvoorziening aantast. Het paramilitaire bevel verbiedt de boeren runderen (vee) voor menselijke consumptie te verkopen en te slachten in het district van San José de Apartadó en in heel Urabá. Slachterijen die gedurende lange tijd op onregelmatige wijze handelden, omdat ze niet over de juiste vergunningen beschikten, werden onderworpen aan het betalen van illegale belastingen aan het paramilitarisme. Dit toont een extreme controle over het dagelijks leven en de lokale economie aan door de sluiting te bevelen van elke vestiging. De onzekerheid rond het geweld lijkt geen einde te kennen. De vreemde dood van alias “Gonzalito”, enkele dagen geleden bij de rivier La Esmeralda in het departement Córdoba, leidde op dat moment tot de verlamming in de toenadering van de onderhandeling met de Regering, alsof dit feit als excuus of strategie was gebruikt om de vredesbesprekingen niet voort te zetten.
De afgelopen maanden hebben zich in de regio Urabá verschillende moorden voorgedaan, waarbij extreem geweld en wreedheid werd gebruikt. De feiten waarover we getuigenis afleggen zijn de volgende:
In de laatste dagen van oktober 2025 hebben paramilitairen, onder leiding van alias “MOFLE”, tijdens een bijeenkomst met bewoners, doodsbedreigingen geuit tegen verschillende leden van onze Vredesgemeenschap in het gehucht Mulatos, waaronder José Roviro López, lid van de Interne Raad. Daarbij verklaarden ze: “We hebben hen nog niet neergeschoten omdat we in dialoog zijn met de regering (…) mochten die onderhandelingen niet doorgaan, dan zijn de leden van die hoerenjonggemeenschap de eersten die we uit de weg zullen ruimen.
Op dinsdag 28 oktober 2025 werd onze Gemeenschap op de hoogte gebracht van bedreigingen tegen ons door bekende paramilitairen, tijdens een bijeenkomst tussen hen en de heren Luis Yair Usuga en Braider Usuga gehouden ergens in Arenas Altas. Hiertoe gebruikten ze een minderjarige. Daar waarschuwden de paramilitairen dat zij de claims van de gebroeders Usuga zouden steunen, en met betrekking tot de Vredesgemeenschap, waarschuwden ze dat die uit het gehucht La Unión en uit het gebied moest worden verdreven. Ze verklaarden dat elkeen die de Gemeenschap wil verdedigen tot militair doelwit zal worden uitgeroepen. Deze actie komt bovenop de actie van verstoring van andermans eigendom, waaraan de gebroeders Usuga zich al langer schuldig maken.
Op woensdag 5 november 2025 werd onze Gemeenschap geïnformeerd over ernstige bedreigingen tegen een lid van onze Vredesgemeenschap, die door de paramilitairen ervan wordt beschuldigd een spion te zijn in een van de gehuchten van San José de Apartadó.
Dezelfde woensdag 5 november 2025 kreeg onze Gemeenschap kennis van nieuwe doodsbedreigingen tegen José Roviro López, lid van onze Interne Raad. De paramilitairen kondigden aan dat ze hem niet meer wilden zien in de Mulatoskloof.
Op vrijdag 7 november 2025 ontving onze Gemeenschap informatie via een bewoner van de regio, die ons waarschuwde voor de bedreigingen van paramilitairen tegen een lid van onze Vredesgemeenschap.
Op maandag 10 november 2025 vond in het gehucht La Unión, in het district San José de Apartadó, een inspectie plaats op het stuk grond El Palmar door de Politie-inspecteur en de Ombudsman voor de Mensenrechten naar aanleiding van daden van verstoring van privé-eigendom. Tijdens de inspectie konden de bedreigingen en ernstige beschuldigingen tegen onze Gemeenschap, geuit door de indringers, worden vastgesteld, alsook de materiële schade aan andermans eigendom, veroorzaakt door de indringers van het gemeenschapseigendom.
Dezelfde maandag 10 november 2025 hebben de indringers tijdens de inspectie lasterlijke uitlatingen gedaan en bedreigingen geuit tegen Gildardo Tuberquia, lid van onze Interne Raad.
Evenzo vernamen we op maandag 10 november 2025 dat de heer JAIRO DE JESUS USUGA, boer uit het gehucht La Unión en eigenaar van een deel van het stuk grond El Palmar, de regio heeft verlaten, omdat hij vond dat het beter was om zijn leven en dat van zijn zoon te redden dan daar op zijn land te blijven. De bewoner had doodsbedreigingen ontvangen, wat aanleiding gaf tot zijn ontheemding.
Op dinsdag 18 november 2025 werd ’s nachts in de nederzetting van San Josecito het binnendringen ontdekt van 2 individuen in zwarte kleren. Ze liepen rond een woning waar gewoonlijk één van de leden van onze Interne Raad overnacht.
Op zondag 30 november 2025 zijn paramilitairen in het gehucht Mulatos Cabecera bezig met de aanleg van een illegale weg. Deze weg loopt vanuit de gehuchten La Unión en Belencito in de gemeente Carepa waar de 17de Brigade van het nationale leger is gestationeerd. Onder hun neus handelen de illegalen in drugs en bouwen ze handelscentra en wegen. Zijn ze medeplichtigen of partners?
Op donderdag 11 december 2025 hebben we kennis genomen van Beschikking nr. 09 van 28 november 2025 van de Kamer voor Erkenning van de Waarheid, van de Verantwoordelijkheid en van de Vaststelling van feiten en gedragingen (…), die de Speciale Jurisdictie voor de Vrede JEP onderzoekt, in het kader van de macrozaak 04. Hoewel in die beslissing (beschikking) de verantwoordelijkheid wordt vastgelegd van de aanstichters en/of daders van geweld en van tot slachtoffer makende feiten die zich in de regio van Urabá hebben voorgedaan, lijkt het zo te zijn, dat zij die moeten verschijnen er alles aan doen om hun verantwoordelijkheid niet te erkennen. Wat ons in de genoemde beschikking erg opvalt is dat in paragraaf 3417 het volgende wordt vermeld:” Eind 1997 (zonder verdere gegevens) werden twee leden van de Vredesgemeenschap vermoord door leden van het 5de Front van de FARC-EP, onder beschuldiging van het mishandelen van boeren die zich niet bij deze gemeenschap hadden aangesloten.” (…) “Jhover Man Sánchez Arroyave (Rubén of Manteco) bracht de waarheid aan het licht en erkende zijn verantwoordelijkheid bij deze gebeurtenis. Daarbij verklaarde hij dat hij de coördinatie van de daders had geregeld in zijn hoedanigheid van lid van de generale staf van het 5de Front en verantwoordelijke voor de 4239ste militie, waarmee hij voldeed aan de criteria voor directe medeplichtigheid zoals hierboven uiteengezet.” Hetgeen hier wordt vermeld, met betrekking tot de omvang, het tijdstip en de plaats van de gruwelijke moord op maandag 6 oktober 1997 op drie van onze broeders en leden van de Gemeenschap: FERNANDO ESPINOSA, FERNANDO AGUIRRE en RAMIRO CORREA. Deze laatste was lid van de Interne Raad van onze Gemeenschap. Ze vergeten niet alleen dat er niet twee maar drie werden afgeslacht tijdens deze pijnlijke gebeurtenis, maar bovendien gaan ze zo ver dat ze onze broeders beschuldigden van het bedreigen van andere boeren omdat ze geen deel uitmaken van ons gemeenschapsproject. Onze beulen liegen en verdraaien de waarheid. Ons initiatief van de gemeenschap en ons op weg gaan was nooit een verplichting om er al dan niet deel van uit te maken. Dit proces is vrijwillig, en zij die zijn gevallen of zij die nog overeind staan, doen dit uit vrije wil, vastgehecht aan onze ethische en morele overtuigingen voor het leven zelf. We gedenken onze drie martelaren, die hun leven hebben opgeofferd door te weigeren samen te werken met de gewapende actoren.
Op zondag 4 januari 2026 werden we opnieuw op de hoogte gesteld van het voornemen om een gerechtelijke procedure tegen ons in te leiden wegens vermeende grafschendingen, beschuldigingen die al sinds 2024 worden herhaald. We hebben destijds al een openbare verklaring afgelegd in de volgende bewoordingen: “Op zaterdag 20 juli 2024 werd in de het district San José de Apartadó via sociale media de beschuldiging verspreid dat de Vredesgemeenschap in het gehucht La Linda menselijke resten had geplunderd en in het geheim had opgegraven om ze vervolgens te verkopen. Gezien dit alles, rest ons niets anders dan ons principe van respect voor de menselijke waardigheid te herbevestigen en juist daarom zouden we nooit de stoffelijke resten van iemand verplaatsen zonder toestemming en in afwezigheid van de eigen familieleden, en zeker niet in het geheim. Op dezelfde wijze bevestigen we het moedige standpunt dat onze Gemeenschap heeft ingenomen om de Wet Van Rechtvaardigheid en Vrede en Herstel van de Slachtoffers NIET TE ACCEPTEREN. Onze doden zijn geen handelswaar waarover onderhandeld kan worden, ze zullen nooit kleingeld zijn op de markt van de dood.
Op zaterdag 17 januari 2026 werden in het gehucht La Resbalosa paramilitairen gezien die het stuk grond La Florida, privé-eigendom van onze Vredesgemeenschap, binnendrongen met muilezels beladen met zendingen, wat een regelrechte schending van onze rechten vormt. Want daar staat het monument ter nagedachtenis aan de gruweldaden die op 21 februari 2005 leden van onze Gemeenschap, waaronder een jongen en een meisje, zonder mededogen werden vernietigd. Het is schering en inslag geworden dat ze onze stukken grond op respectloze wijze binnendringen.
Op maandag 19 januari 2026 was het 22 maanden geleden dat onze zus en broer Nalleli en Edinson heengingen, op 19 maart 2024 vermoord door paramilitairen. Tot op heden is er nog geen concrete vooruitgang geboekt in het onderzoek naar de daders van deze betreurenswaardige feiten.
Op donderdag 22 januari 2026 hebben verschillende inwoners van het gebied ons gemeld dat de paramilitairen de boeren hebben verboden dieren (rundvee) te kopen, te verkopen en te slachten. Deze maatregelen zijn niet alleen opgelegd aan het district San José maar ook aan de hele regio van Urabá. In sommige gevallen eisen ze dat de handelsactiviteit zowel door de koper als door de verkoper wordt geregistreerd, waarbij ze persoonlijke gegevens vragen die alleen de bevoegde autoriteit mag opvragen. Ze hebben al zoveel miljarden verdiend aan de beruchte vaccinaties (illegale belastingen), en nu, na zolang van de voordelen te hebben geprofiteerd, leggen ze controle en beperkingen op aan die handelsactiviteit.
Dezelfde donderdag 22 januari 2026, rond 6 uur ’s ochtends, was er in het Vredesgehucht Luis Eduardo Guerra een individu in donkere kleding en met communicatieradio, die er rondhing en de privéruimte van de Vredesgemeenschap binnendrong.
Op zaterdag 31 januari 2026 kregen we te horen dat de paramilitairen veehandelaren uit San José de Apartadó en de regio eromheen bijeenriepen om de regels te implementeren, waarbij met name het verbod op de handel in en het slachten van runderen werd herhaald. Begin februari 2026werden verschillende inwoners van de gehuchten in het district San José de Apartadó door paramilitaire leiders gedwongen om zich bij hen te melden. In deze bijeenkomst werden boetes opgelegd aan verschillende inwoners, die gewaarschuwd waren dat het niet opvolgen van bevelen ernstigere gevolgen zou hebben.
Op maandag 9 februari 2026 deed via sociale media het nieuws de ronde over de moord op JOSÉ MANUEL BASTIDA MOYA, alias “JOSÉ PISTOLA” op een plek dicht bij Chigorodó. Volgens de autoriteiten had hij juridische antecedenten (strafblad) en liep er een arrestatiebevel tegen hem. Het valt op dat dit individu, dat zich onder de neus van de bevoegde autoriteiten bevond, niet werd aangehouden, waardoor het aan het toeval werd overgelaten dat degenen die Urabá besturen, de misdaad zouden uitvoeren. Bastidas werd enkele dagen eerder uit zijn woning ontvoerd en werd later dood aangetroffen, met sporen van marteling en het betreft een onopgehelderde moord op de plek La Fortuna tussen Chigorodó en Mutatá. In Urabá weet iedereen wie er regeert en wie deze misdaden pleegt. Ook werd de berechting via video’s en foto’s op sociale media van het slachtoffer ten toon gesteld. Is het werk van de gerechtelijke en politiële instanties met betrekking tot de rechtsorde in dit soort zaken doeltreffend en effectief? Of zijn ze op de hoogte van de illegale praktijken en tolereren ze deze als een legitieme manier om levens te blijven vernietigen, ook al vinden er vredesbesprekingen plaats?
Op donderdag 19 februari 2026 is het 23 maanden geleden dat Nalleli Sepúlveda en Edinson David zijn heengegaan. Ze werden op 19 maart 2024 door de criminele handen van de paramilitairen vermoord. Hun heengaan heeft een grote leegte achtergelaten, maar ze hebben ons ook een zaadje van hoop en waardigheid nagelaten dat in elke uithoek van onze Gemeenschap blijft bloeien. We vergeten hen niet. 23 maanden later is er nog steeds geen gerechtigheid. De tijd gaat verder en de gerechtigheid strompelt achterop!
Op zaterdag 21 februari 2026 zijn we opnieuw naar de plek gegaan waar 21 jaar geleden gruweldaden werden gepleegd door militairen en paramilitairen. We hebben opnieuw, nog maar een jaar meer, de afwezigheid van onze kameraden, die met de meest perverse wreedheid zijn afgeslacht, herdacht. Het waren 21 jaar van herinneringen, van gedenken, van pijn, maar ook van hoop, als we zien hoe onze zonen en dochters de weg van onze voorouders en voorvaderen voortzetten. Ze blijven in onze herinnering: Santiago, Natalia, Sandra, Alfonso, Alejandro, Bellanira, Deiner en Luis Eduardo. We blijven gerechtigheid en waarheid eisen, ook al is dit een utopie op deze aarde.
Op dinsdag 3 maart 2026 hebben we in het gehucht La Resbalosa de aanwezigheid kunnen vaststellen van de bekende paramilitair alias “GUASCO”, die het stuk grond La Florida, privé-eigendom van onze Vredesgemeenschap binnendrong.
Op maandag 9 maart 2026, rond 17:15 uur drongen agenten van de Nationale Politie, afkomstig van het politiebureau in San José de Apartadó, de privé-eigendom van onze Gemeenschap in San Josecito binnen, onder het voorwendsel dat ze de commerciële activiteiten van de boeren in de regio wilden tegenhouden. Hoewel onze gemeenschap erop aandrong dat de aanwezigheid van de agenten op de stukken grond van de gemeenschap niet was toegestaan, gaven de agenten aan niet op de hoogte te zijn van de voorwaarden en de aanwezigheid van de Vredesgemeenschap.
Op vrijdag 13 maart 2026, rond 9:00 uur benaderden twee individuen in het centrum van San José een jonge boer en zeiden hem dat hij beter uit de regio kon weggaan, als hij niet hetzelfde lot wilde ondergaan als zijn broer, die enkele jaren eerder door de paramilitairen was vermoord.
Dezelfde vrijdag 13 maart 2026 werd via de radio en lokale nieuwskanalen bekendgemaakt dat er op 13 en 14 maart 2026 een dag van verificatie van het proces van vredesbesprekingen tussen de nationale regering en het Gaitanistisch Leger van Colombia-EGC zou plaatsvinden. Maar ondertussen gaan de criminele acties tegen de burgerbevolking gewoon door.
Op vrijdag 13 maart 2026 wachten we nog steeds op de nodige maatregelen en acties van de bevoegde instanties en autoriteiten met betrekking tot de onrechtmatige, willekeurige en gewelddadige bezetting die plaats vindt op een stuk gemeenschappelijke eigendom op het stuk grond El Palmar in het gehucht La Unión. Ondanks het feit van te kunnen rekenen op de nodige administratieve maatregelen van de Politie-inspecteur, zijn deze nog altijd niet uitgevoerd. Is dit ondergeschiktheid aan of medeplichtigheid met de indringers?
Onze ethische en morele principes en overtuigingen ten aanzien van het leven zijn onafwijsbaar en onwrikbaar. Onze roep aan de mensheid en de geschiedenis zal voortduren zolang de vervolging en uitroeiing van ons levensproject voortduren. Tegelijkertijd betuigen we opnieuw onze dankbaarheid aan hen die ons met hun morele kracht steunen.